In de ogen van een geoloog is Goeree-Overflakkee een zeer jong gebied. Tot ongeveer twintig meter diepte komt men slechts grondlagen tegen uit het laatste geologische tijdvak, het Holoceen. Deze lagen rusten op zand dat gedurende de laatste ijstijd door de wind is neergelegd. Toen zo'n 10.000 jaar geleden de temperatuur op aarde begon te stijgen, zorgde de afsmelting van ijs ervoor dat de zeespiegel tientallen meters steeg. Daardoor liep het Noordzeebekken vol en nam de invloed van de zee op de lage landen toe. Er zijn tijden geweest dat de zeespiegel slechts langzaam steeg. In het kustgebied kreeg het water in zo'n rustige periode steeds meer een brak tot zoet karakter en er vormde zich op grote schaal veen. Grote delen van dit veengebied zijn in de loop van de tijd door de zee weggeslagen tijdens stormvloeden. Zo is op het veen dat op de plaats van het huidige Goeree lag, een laag zware klei neergelegd, zoals ten zuidwesten van Goedereede in de huidige polder Oudeland. In dit gebied hebben zich de eerste bewoners van Goeree gevestigd. Aan het einde van de 15e eeuw bestond het huidige Goeree-Overflakkee dus al uit twee afzonderlijke gebieden. In het westen de oude zandige kern van Goeree en in het oosten de veeneilandjes en zandige opwassen, het latere Overflakkee. Door het steeds weer inpolderen van nieuwe aanwassen ontstonden veel, parallel aan elkaar lopende dijken. Tot in de 18e eeuw was er nog sprake van twee afzonderlijke eilanden: Westvoorne (Goeree) en Zuidvoorne (Overflakkee). Tussen deze twee gebieden lag lange tijd een kleine opwas, "Zomerland". Dit eilandje is na verloop van tijd echter verdwenen. In 1751 werd in opdracht van de Staten van Holland een dam aangelegd tussen Goeree en Overflakkee.
Goeree-Overflakkee laat nog best veel van de historie van het eiland zien. De verbondenheid die er nu is tussen Goeree-Overflakkee en Zeeland wordt het best weergegeven in het ontstaan van Sommelsdijk. Vóórdat de gorzen, waaruit de Sommelsdijkse polder in 1465 ontstond, bedijkt werden, woonden er al mensen. Deze gorzen waren omringd door een lage zomerdijk en droegen toen de naam Somersdyk, later verbasterd tot Sommelsdijk. Doordat deze plaats aanvankelijk in het bezit was van Jacoba van Beieren, gravin van Zeeland, behoorde zij tot het Zeeuwse grondgebied. Pas in 1805 werd deze Zeeuwse enclave bij de provincie Zuid-Holland gevoegd.
In 1312 kreeg Goedereede van Geraert van Voorne stadsrechten, later uitgebreid met o.a. het weekmarktrecht. In de 15e eeuw werd het stadje omringd door een stadsmuur met poorten. Scheepvaart en visserij brachten het dorp tot grote bloei maar door verzanding van de haven was de economische bloei van korte duur. Dat verklaart ook waarom Goedereede vrij klein is gebleven. Inmiddels is Goedereede in zijn geheel tot beschermd stadsgezicht verklaard. Dat Goedereede een mooi decor vormt met zijn toren en prachtige oude gebouwen blijkt wel uit het feit dat in de jaren tachtig, de film "Op Hoop van Zegen" er werd opgenomen.
Visserij en landbouw vormen natuurlijk van oudsher, de belangrijkste middelen van bestaan. Het gaan rijden van de tram op het eiland en de prachtige natuur op de kop van het eiland hebben er voor gezorgd dat het toerisme en de recreatie succesvol zijn ontwikkeld. In het midden van de negentiende eeuw wordt Ouddorp in het Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland omschreven als "eene aanzienlijke plaats, welke rondom door houtgewas omgeven en daardoor zeer aangenaam gelegen is, terwijl de menigte zangvogels, welke zich in het kreupelhout ophouden, het in de lente tot een wezenlijk lustoord maken". Het verwondert de heer Craandijk, die in 1878 het eiland bezoekt, niet "dat het land van Ouddorp in het schoone jaargetijde een zeer geliefd uitspanningsoord voor de bewoners van Overflakkeesche dorpen is". In 1932 wordt opgericht, "de Vereeniging ter bevordering van Vreemdelingen Verkeer" van Ouddorp.
