Peeland

Eindeloos Eiland, eindeloos veel dijken en eindeloos veel water, eindeloos en toch allemaal bereikbaar en heel dichtbij.
Modder, slik en glimmende klei, in de maanden oktober en november kun je ontdekken waarom het hier Peeland heet.

Met een koude neus en rooie knokkels glibber ik met m’n fiets over de Zandhoekweg richting Colijnsplaat, de bietencampagne is begonnen dus verdwijnt het laatste groen van de akkers en krijgt zelfs het gras langs de weg een grijze kleur, ik ben gewaarschuwd want overal staan bordjes met een afbeelding van een slippende auto en het woord modder of slik.

Zigzaggend over de minder slikkerige stukken weg fiets ik langs de dijk en kom ik zonder uit te glijden aan bij het oude landbouwhaventje de Oesterput. Het haventje wordt niet meer gebruikt maar op de Kaai ligt net als vroeger een grote berg met ‘suukerpeen’ (suikerbieten) te wachten om vervoerd te worden.
Voor de aanleg van de Zandkreekdam in 1960 konden bieten alleen over water van het eiland af. Bijna elk dorp had hier daarom zijn eigen haventje. Vanwege het grote aandeel dat Noord-Beveland in de teelt van suikerbieten (peeën) had, kreeg het de bijnaam ‘Peeland’.

De Oesterput heeft zijn naam te danken aan het kortstondige gebruik voor de oesterteelt, nu is de haven nog het enige stukje schorgebied van Noord-Beveland waar eb en vloed vrij spel hebben.
Het is eb en ik loop over de oude zeewering het natuurgebied in. Op de schorre en tussen de stenen ontdek ik allerlei schorgroenten zoals Zeebiet, Zeeaster(Lamsoren) en Zeekool. Deze zeegroenten stonden vroeger bekend als armeluisvoedsel, tegenwoordig vindt je ze terug op de menukaart van vele visrestaurants.

In de uiterste hoek van t haventje, tussen een verzameling aangespoelde wieren en takken ligt een grote stevige houten balk, ik draai hem om en word verrast door allemaal witte snavelachtige mosseltjes die met een soort navelstrengeltjes aan het hout vast zitten. Het zijn eendenmossels een kreeftachtige en familie van de pokken.
Deze voor mij zeldzame en jawel ook eetbare vondst is zeker geen armeluisvoedsel want in Portugal eten ze deze ‘Percebes’ als specialiteit en betaal je hiervoor al gauw € 125,- per kilo.
Omdat deze Noord-Bevelandse ‘Percebes’ al een poosje van de zon hebben genoten ruiken ze niet echt als een delicatesse. Het lijkt mij beter deze kostbare schat voor anderen achter te laten. Ik loop de dijk op om toch maar even de frisse zeewind op te snuiven en geniet van het eindeloze uitzicht over onze Oosterschelde.

Wil je ook eindeloos genieten op Noord-Beveland? Volg de blog van Marten Klop. Lees hier zijn vorige blog of de volgende blog