oosterscheldekreeft1

Oosterscheldekreeft

Een dier met een uniek DNA: de Oosterscheldekreeft. Deze kreeft smaakt anders, zachter, dan de gemiddelde Europese kreeft. En komt alleen in de Zeeuwse Oosterschelde voor. In 1883 werd de eerste opgevist. Tot grote verbazing van de vissers want tot dan toe kwamen er geen kreeften voor in de Oosterschelde.

Rotsen

Een kreeft leeft tussen rotsen en stenen. Die waren hier niet tot er dijken en dammen van steen werden aangelegd. In 1867 werd Zuid-Beveland met een dam aan Brabant vastgemaakt. Daardoor kon er geen zoet rivierwater meer de Oosterschelde instromen en werd het water zout genoeg voor kreeften.

oosterscheldekreeft

Uniek

De kreeften in de Oosterschelde hebben vrijwel geen uitwisseling met andere kreeften. Daaraan danken ze hun uniek DNA. De populatie is wel afhankelijk van sterke kreeften. Als er een strenge winter is, gaan veel kreeften dood. Het komt dan op een paar overlevers aan om de populatie in stand te houden. Daarom wordt er duurzaam op kreeften gevist.

Arbeidsintensief

Een kreeftenvisser zet korven, fuiken of netten onder water uit. De kreeft loopt zelf de val in. De visser controleert dagelijks of hij iets gevangen heeft. Dat is een arbeidsintensief proces. De kleine exemplaren of vrouwtjes met eieren op het achterlijf gaan terug het water in. Er wordt maar kort gevist, van 1 april tot half juli. Daarna is de Oosterscheldekreeft verkrijgbaar zolang de voorraad strekt.

Gerelateerde tags: