Vogelboulevard van Zeeland

Als vogelliefhebber en/of vogelaar is de zuidkust van Schouwen een plek die je niet mag missen! Vogels kijken kan er eigenlijk overal, het is een kwestie van oren en ogen open houden. Vooral in de inlagen en slikken van Schouwen-Duiveland tref je heel veel verschillende vogels aan. Schouwen-Duiveland is door haar rust, ruimte en natuur ideaal voor vogels. We hebben een top 10 samengesteld van de meest voorkomende vogels.

Kievit

De kievit vind je in vochtige weiden of akkers. Je herkent hem aan zijn roep en zijn lange dunne kuif. In het broedseizoen maakt het mannetje meerdere nesten, waarna het vrouwtje er één kiest om haar eieren in te leggen. Beiden bebroeden de eieren en verzorgen de jongen. 's Winters trekken kieviten in grote groepen naar het zuiden, maar een groot deel blijft hier.

Kluut

De kluut valt op door zijn lange poten en zwart-witte verenkleed. Hij is de enige Europese vogel met een omhoog gebogen snavel. Daarmee vist hij in ondiep water met een 'maaibeweging' naar insecten en kleine kreeftjes. Hij broedt in kolonies langs de kust en iets landinwaarts in moeras of bij ondiepe plassen met zout/brak water.

Kokmeeuw

De kokmeeuw herken je aan zijn donkerbruine kop, die 's winters wit is - op een kleine vlek achter het oog na. De kokmeeuw komt zowel aan de kust als in het binnenland in grote aantallen voor. Hij broedt in kolonies in moerassen en aan meren, maar ook in duinen of schorren langs de kust. 's Winters verplaatst de populatie zich goeddeels naar de kust

Lepelaar

Dankt zijn naam aan z'n lepelachtige snavel. Die gebruikt hij, heen en weer 'maaiend', om kleine vissen en andere waterdiertjes op te jagen. Dan hapt hij ze met een snelle beweging uit het water. Hij kiest moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare struiken. Rond 1970 was de lepelaar hier bijna uitgestorven, nu broeden als mooi resultaat van natuurbescherming weer meer dan duizend exemplaren in Nederland. Anders dan de andere vogels op deze pagina heeft de lepelaar geen roep.

Scholekster

De scholekster of 'bonte piet' herken je aan zijn oranje snavel en zwart-witte verenkleed. Zijn roep is een schel en hard 'kiep kiep', dat hij vooral in vlucht laat horen. Hij bouwt zijn nest langs de kust, maar ook verder landinwaarts: een eenvoudig kuiltje, waarin circa vier eieren worden gelegd. Buiten de broedtijd leven scholeksters vaak in grote groepen langs de kust.

Smient

Het smientmannetje heeft een roodbruine kop. Zowel man als vrouw heeft een blauwgrijze snavel met een zwarte punt. Hij wordt ook wel fluiteend genoemd, vanwege zijn roep, een fluitend 'wie-oe'. De smient broedt vooral in Scandinavië en overwintert hier; grote groepen tref je dan aan op graslanden langs de kust, waar ze grazen.

Tureluur

Een van de kleinere Nederlandse weidevogels is de tureluur. Je herkent hem aan z'n oranje poten en de oranje basis van de snavel. Hij nestelt liefst in een vochtige weide, verstopt in het gras. Hij dankt zijn naam aan zijn roep: een fluitend 'tju, lu, lu'. 's Winters trekt hij naar de kust, en eet dan voornamelijk kreeftachtigen en schelpdieren in plaats van insecten en wormen.

Visdief

De visdief is een slanke vogel met lange, smalle vleugels en gevorkte staart. Hij broedt in kolonies, zowel langs de kust als in het binnenland. Je ziet hem vaak zwevend boven het water. Daar speurt hij naar visjes, garnalen of kikkervisjes om ze met een snelle stootduik te vangen. Hij overwintert aan de West-Afrikaanse kust.

Wintertaling

Bij de wintertaling is het mannetje veel opvallender gekleurd dan het vrouwtje. Je herkent hem aan z'n roodbruine kop met de brede groene streep. Het vrouwtje is lichtbruin met een donker schubpatroon op rug en flanken. Wintertalingen leven vooral in open, moerassig gebied. Ze broeden nauwelijks in ons land. 's Winters overwinteren grote groepen uit Noord-Europa hier langs de kust

Wulp

De wulp herken je aan zijn omlaag gebogen snavel. In de broedtijd maakt het mannetje diverse kuiltjes, waarna het vrouwtje er één kiest en als nest inricht. In de winter trekken veel Nederlandse wulpen naar Zuid-Europa of Afrika. Wulpen die in het noorden hebben gebroed trekken twee keer per jaar door Nederland of blijven hier overwinteren.