Babbelaars
Babbelaars

De Zeeuwse babbelaar

De Zeeuwse boterbabbelaar dankt zijn naam aan het feit dat men lang over het snoepje deed. Bij het tweede kopje koffie of thee kreeg je vroeger een babbelaer (of sukerspek). Doordat je langer bleef zitten, bleef je langer praten, babbelen.

Babbelaars maken

Zelf maken

De babbelaar was voor veel huisvrouwen een bekende, veel gemaakte lekkernij. Ze maakten ze zelf, gewoon op het granieten aanrecht. Boter, suiker, glucosestroop, azijn en water werd verhit in een pan. Als de suikermassa voldoende was ingekookt, werd die uitgegoten op een het met boter ingesmeerde granieten aanrecht. De massa werd regelmatig omgeschept om snel af te koelen en daarna met blote handen uit elkaar getrokken en weer ingevouwen. Voordat het te veel afkoelde, werd het in kleine stukken gesneden.

Babbelaars

Sommige vrouwen verhieven het maken van de babbelaar tot een ambacht. Er werden smaakstoffen zoals cacao, kaneel en fijn gebroken pinda’s toegevoegd. Het recept ging meestal over van moeder op dochter. Omdat het maken een tijdrovende klus is, worden er tegenwoordig nog maar zelden babbelaars thuis gemaakt.

Op braderieën en folkloristische dagen worden babbelaars gemaakt. Ook vind je ze in veel souvenirwinkels, meestal in blauw blik met afbeeldingen van mensen in klederdracht. In ouwerwetse snoepwinkels vind je ze zeker. Zoals Oma’s Snoepwinkel in Veere.