Zeeland, het land van mosselen

Zeeland staat bekend om zijn mosselen. Je kunt twee soorten krijgen, hangcultuur en bodemcultuur. De hangcultuur groeit sneller en wordt gekweekt in de Oosterschelde. De klassieke bodemcultuur heeft langer nodig voordat hij voor consumptie geschikt is. Hij moet bovendien verwaterd worden om al het zand eruit te spoelen.

Verwateren

De handelaren kopen hun mosselen op de veiling in Yerseke. Daarna worden bodemcultuur mosselen naar zogenoemde verwaterpercelen gebracht. Die liggen in de Oosterschelde, ten oosten van Yerseke. Het ondiepe water met weinig golfslag zorgt ervoor dat de mossel schoon kan spoelen. Ze blijven daar minstens een week. De handelaar spoelt ze daarna nog twee keer, aan boord en op de kade.

Hangcultuur

Hangcultuur mosselen hebben geen zand in de schelp. Doordat ze meer voedsel en licht krijgen, is het vleesgewicht beter. Maar hangcultuur is omslachtig. Het mosselzaad wordt in lange, kousvormige netten aan touwen gehangen. De mossel groeit als het ware door de kous heen. De hangcultuur bedraagt maar enkele percentages van de totale mosselhandel.

Koken

Verschil in smaak tussen hang- en bodemcultuur is er niet. Het beste eet je de mossel in het seizoen, van ongeveer half juli tot begin april. De beste manier om de mossel te bereiden: koken met ui, selderij en wortel en een flinke scheut witte wijn of bier. Zo van het vuur, nog in de pan, op tafel.

Gerelateerde tags: