Zeeuwse zilte zaligheden

Zilte zaligheden horen bij Zeeland. De producten komen hier bijna rechtstreeks uit zee, op je bord. Verser kan het niet. Maar behalve zeevruchten als de mossel, de oester en kreeft, kennen we hier ook zeegroenten. Op de grens tussen land en water groeit zeekraal en lamsoor. Vroeger voedsel voor arme lui, tegenwoordig een ware delicatesse.

Kokkels

Kokkels

Op de slikken en schorren van Zeeland vind je ook oantjes of oentjes (kokkels). Het schelpdier leeft in zand dat niet te fijn of te modderig is en wordt in Zeeland met de hand geraapt. In de Ooster- en Westerschelde wordt het schelpdier ook mechanisch gevangen. Maar omdat het een belangrijke voedselbron voor vogels is, zijn er afspraken over de hoeveelheid die geraapt mag worden.

Pan mosselen

Mosselen en oesters

De meer bekende schelpdieren in de Zeeuwse keuken zijn de mossel en de oester. De mossel eet je het beste in het seizoen: van ongeveer half juli tot begin april. We hebben hang- en bodemcultuur mosselen. Behalve de manier van kweken en de grootte zit er geen verschil in. Ze smaken allemaal prima. Datzelfde geldt voor de oester. Zeeland kent de creuse (Japanse oester) en de platte oester. De meer exclusieve platte oester eet je rauw, de creuse kun je zowel rauw als gegrild eten. De oester is het best op smaak in de periode van oktober tot en met maart.

Oosterscheldekreeft

Oosterscheldekreeft

De schaaldier waar Zeeland echt om bekend staat is de Oosterscheldekreeft. De kreeften in de Oosterschelde hebben vrijwel geen uitwisseling met kreeften uit andere wateren. Daardoor hebben ze een uniek DNA. De kreeft smaakt daardoor anders dan de gemiddelde Europese kreeft. De periode waarin op de kreeft gevist wordt is maar kort, van 1 april tot half juli. Daarna is de Oosterscheldekreeft verkrijgbaar zolang de geviste voorraad strekt.

Lamsoor en zeekraal

Lamsoor en zeekraal

De zilte groenten in Zeeland komen van de slikken en schorren. Lamsoor, of eigenlijk zeeaster, groeit op de hoger gelegen schorren. Lamsoor lijkt met zijn langwerpige bladeren qua vorm op veldsla. De structuur is stevig, maar niet taai. De plant moet jong geplukt worden. Het wordt van half maart tot eind juli geoogst.

De plant die vaak als eerste kale slikken koloniseert is zeekraal. Het ziet eruit als een soort cactus zonder stekels. Zeekraal neemt actief zout op waardoor het zijn typische zilte smaak krijgt. Zeekraal heeft alleen wel zoet regenwater nodig om te ontkiemen. Veel regen in het vroege voorjaar, betekent een goede oogst vanaf half mei tot half september.

Alikruik op boterham

Alikruiken

Aan de waterrand op vaste ondergrond zoals rotsen leeft een klein slakje, de alikruik. Kreukels mee krentebro├┤d is met Pasen een traditie in Zeeland. De krukel of kreukel, is meestal 2 tot 3 centimeter. Als hij gekookt is, dan wurm je de krukel met een lange naald met een draaibeweging uit zijn huisje. Prik er een stukje zoet krentenbrood aan vast en je hebt een smaaksensatie.

Gerelateerde tags: