Toerisme in Zeeland

Toerisme in Zeeland

In Zeeland krijgt Domburg in 1834 een badinrichting. Het zeebad is van oorsprong een Franse uitvinding. Het allereerste badhuis wordt in 1837 gebouwd. Op de plek van het Badpaviljoen. Twee jaar later duikt het woord 'toerist' op in het Nederlands. Cadzand krijgt in 1866 een badhuis. Een hotel-café-restaurant bovenop een duintop. De ‘Vereniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer op Walcheren’ ontstaat in 1892. Dan verschijnt ook de eerste toeristische ‘Gids door Walcheren’.

Badpaviljoen Domburg, toerisme, toerisme Domburg

Toerisme in Zeeland begint aan het einde van de 19de eeuw. En dan vooral aan de kust. Tussen Vlissingen en Domburg. En vooral voor de gegoede burgerij. Vlissingen is bekend bij dagjesmensen. In 1886 opent Grand Hôtel des Bains aan de Boulevard Evertsen. De maakt een langer verblijf in de stad mogelijk. De hotelnaam verandert in 1924 in Grand Hotel Britannia. Het ‘Brit’ in de volksmond.

Renesse ontvangt de eerste badgasten aan het begin van de 20ste eeuw. Onder hen bekende namen als Albert Plesman en Anton Pieck.  In 1911 wordt de Vereeniging Renesse Vooruit opgericht. Met als doel vreemdelingen op de toeristische kwaliteiten van Renesse wijzen. Het tracé van de stoomtram Zijpe – Brouwershaven wordt in 1915 verlengd tot aan Burgh. Zo is Renesse een stuk beter bereikbaar. Begin jaren twintig opent het eerste kampeerterrein. Camping Bona-Fide. Aan de Hoogezoom. Daar worden ook de eerste zomerhuizen gebouwd.

Mondriaan, Dombrug, schilderen

Ook de infrastructuur op Walcheren verbetert. Domburg is vanaf 1906 bereikbaar met de stoomtram. Rond 1910 bloeit Domburg op als badplaats. Met badgasten vanuit heel Europa. In het spoor van dokter J.G. Mezger volgen welgestelde badgasten. Vaak van adellijke of Koninklijke komaf. Welgestelde adel, Russische grootvorsten en Duitse prinsessen. Ze komen om te kuren. Het zeebad is de nieuwe gezondheidsrage. In hun kielzog volgen ook schilders als Mondriaan en Jan Toorop. Zij wonen en schilderen ‘s zomers in Domburg. Gefascineerd door het unieke ‘Zeeuwse licht’. Ook Zoutelande ontwikkelt zich. Op het strand zie je rieten strandstoelen, houten badhokjes en strandtenten. De badmode is behoorlijk verhullend. De dames lopen met lange rokken, hoeden en parasols. Ze gaan met een badkoets de zee in. Via een trap het water in.

Als de eerste badgasten komen, beginnen inwoners met kamerverhuur. Of de verhuur van hun hele woning. Zelf wonen ze dan tijdelijk ergens anders. Bijvoorbeeld In de schuur bij hun woning.

In de twintiger en dertiger jaren is de vraag naar pensions groot. Zeeuwen bouwen de grotere boerenwoningen om. De toeristen komen vooral uit eigen land, België en Engeland. De jaren dertig zijn de tijd van het toerisme in eigen land. Ook het `kamperen' neemt een vlucht. De Zeeuwse kust wordt aantrekkelijk voor verschillende bevolkingsgroepen. Al voor de Tweede Wereldoorlog heeft Zeeland recreatiegebieden. Domburg en de Westhoek van Schouwen-Duiveland zijn dan populair. Vanaf de jaren vijftig komen Duitse toeristen naar de Zeeuwse kust.

Het massatoerisme ontstaat in de jaren zestig en zeventig. Door meer geld. Meer vrije tijd en beter vervoer. Boeren worden recreatieondernemers. In Nieuwvliet bijvoorbeeld verdienen de meeste inwoners hun brood in het toerisme. Terwijl zestig jaar geleden landbouw de voornaamste inkomstenbron is.

De aanleg van de Grevelingendam en de Zeelandburg verbetert de bereikbaarheid van Zeeland. Het toerisme krijgt opnieuw een impuls. De Zeeuwse watersport is sinds de jaren 60 populair. Door de Deltawet worden zeearmen afgedamd. Het Veerse Meer en het Grevelingenbekken worden belangrijke watersportgebieden.

Ook voor het toerisme op Noord-Beveland is de bereikbaarheid belangrijk. De aanleg van de Veerse Dam, de Zandkreekdam, de Zeelandbrug en de Stormvloedkering. Waar het eiland eerst behoorlijk geïsoleerd was, is het nu het centrum van de Zeeland.

Gerelateerde tags: